Er is plaats voor u

Er is plaats voor u

Mijn mobiele telefoon gaat over en in de display zie ik een onbekend nummer verschijnen, afkomstig uit Nederland. Ik neem op en zeg alléén ‘Hallo’. Bewust zeg ik mijn naam niet want het nummer is me onbekend. Gelijk begint een mevrouw in een rap tempo tegen me te spreken met zoiets van: met Roos uit Rozendaal.

Ik krijg de indruk dat de mevrouw spreekt alsof ze me al kent, ik luister. Dan hoor ik haar zeggen: ”Er is plaats voor u”. Ik vraag: waar gaat dit over en de mevrouw spreekt door en legt uit, maar haar woorden komen niet bij me aan.

Tegelijkertijd zie ik in mezelf verschillende velden of hologrammen, dit zie ik als een lichtspectrum met samengebalde informatie. Je zou dat helderziendheid kunnen noemen. Ik zie van deze sprekende – en niet sprekende dame, projecterende woorden en gedachten met mogelijk daarin een diagnose van niet bekwaamheid over mij. Tevens lijkt het dat de dame een beslissing voor me heeft genomen wat in haar optie mij zeker zal passen. Maar ik weet nergens van … en ben sprakeloos … en dit veld, dit spektakel voelt zo lachwekkend in me, waarop ik spontaan luid begin te giechelen.

In een splitsecond heb ik, de wellicht mogelijke, dwarsverbanden in mezelf gelegd: “Vanuit een rapportage die de mevrouw voor zich heeft wordt iets verondersteld over mij. De vrouw trekt haar plan en met volle vaart dendert ze dit over mij heen. Weliswaar volgens een protocol waarop afspraken kunnen worden gemaakt en dat alles gegoten in wetmatigheden”. Zó werkt het dus in deze systemische (denk)matrix verzucht ik in mezelf.

Nogmaals, het spreken en het niet spreken van de dame voelt als een sterke projectie naar mij, als haar waarheid en waarin ze mij denkt mee te nemen. Ze ziet mij als representant van de persoon uit de rapportage voor haar.

Laat ik dit toe? Ga ik hierin mee? En waar blijft ‘mijn stem, mijn keuze’ dan? Ik heb nog niets kunnen zeggen!

Tijdens mijn giechelen vraagt de dame, is uw man thuis? Nu kom ik helemaal niet meer bij van het lachen en antwoord spontaan: Nee. Wanneer komt hij thuis? vraagt ze. ‘Dat weet ik niet’, is mijn antwoord half lachend. Nu vervolgt de dame, dan ga ik een email naar uw man schrijven. Zegt u dat ik een mail naar hem stuur? Waarop ik wederom begin te lachen. Maar dan zeg ik ineens heel nadrukkelijk omdat ik deze belachelijke vertoning wil doorbreken: “Ik heb geen man, wellicht hebt u het verkeerde nummer gebeld! Waarop de mevrouw, nog steeds heel serieus, zegt: dat is mogelijk. Ik zeg: ach ja zó gaat dat klaarblijkelijk in deze matrix…. in deze wereld.

Mijn lachen verdwijnt, dit is geen humor meer en ik ervaar de ernst van totaal geen wezenlijke verbinding in dit gesprek. Het gesprek vanuit ‘Er is plaats voor u’ wordt verbroken.

Ik voel me een beetje verbouwereerd, nou ja een ‘echt’ gesprek dát was het niet voor mij.

Is er plaats voor MIJ?

Ada de With

25-03-2026

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *