Is er leven na de dood? Ja, er is leven na de dood! Het volgende waargebeurde verhaal gaat over een waarneming van het leven na de dood. 

 

‘Geest; ontmoeting in de verbindingsgang’ (blz.8)


Een gang, op de eerste verdieping en bijna helemaal van glas, verbindt de beide vleugels van het bejaardenhuis. Voor mij is deze gang mooi, zonnig en heel modern. Ik loop wat te dromen. In mijn eentje loop ik door de gang, maar ach welnee, een man groet mij en oeps, tegelijkertijd loopt hij door me heen. Er is toch plaats zat? Ik schrik me een hoedje als ik me realiseer dat ik door een geest word aangeraakt. Dat kan toch helemaal niet?

De geest van de heer IJzerman spoedt mij voorbij. Het is een krachtige geest en hij groet mij. Ik kijk hem nog na, wat raar zoiets bestaat toch niet?

Het is 1971 en ik werk als stagiaire in een bejaardenhuis. Intuïtief ga ik snel naar de ziekenafdeling en vraag aan het personeel of de heer IJzerman net is overleden. “Ja, hoe weet jij dat, die hebben we zojuist dood* gevonden.” Dus toch, het is geen verbeelding, het bestaat, het is echt! Ik verdwijn snel van de afdeling, net als zojuist de geest.

Het weekend daarna ben ik thuis. Angstig vertel ik het als een schuchtere 17-jarige aan mijn moeder. Vanuit mijn opvoeding en de kerk heb ik meegekregen dat je je niet met de geestenwereld moet* bemoeien. Streng wordt me dat door mijn moeder opnieuw voorgehouden. Wat moet ik hier nou mee, de geesten bemoeien zich toch met mij?

Tijdens het afleggen van een overledene zijn we nog wel eens balorig en we gaan er vanuit dat er toch niemand is die ons hoort. We maken, bij wijze van uitlaatklep, ook wel eens grove grapjes. Geleidelijk word ik me hiervan bewust. Soms komt er toevallig iemand binnen of maakt de geest van de overledene contact met me. Ik vertel er niets over, angstig voor mijn gedachten, het oordeel en de straf van het kerkelijk denken, mijn moeder, ons gezin, de maatschappij, de wereld en wellicht de kosmos, God en het Hogere Zelf*.

Jaren later, als verpleegkundige, ben ik steeds vaker in staat de ziel van de mens te voelen. Tijdens het afleggen van net overledenen voel ik meestal de ziel die zich buiten het lichaam bevindt. Of ik voel de ziel van bovenaf op ons en het net verlaten lichaam neerkijken. Als zoiets gebeurd, ben ik altijd rustig. Ik ervaar de dood als een doorlopend proces. Voor mij gaat de ziel na het fysieke leven verder.

erislevennadedood2

Dit is een boekfragment uit het boek: Echo van het Eeuwige Leven